De korenmolens van Zuilichem

Sinds eeuwen stond er een korenmolen aan het “Boveneind” in Zuilichem, zoals blijkt uit de kaart van Tijnagel uit 1656.
Zo hebben op deze plek een vier tal korenmolens gestaan.
De oudste bekende molenaar van Zuilichem was Eris Castelijn, hij wordt als zodanig vermeld op 10 april 1663 (Rijksarchief Arnhem)
Hij wordt na zijn overlijden in 1687 opgevolgd door Reijnier Geurtsz. van Driel, hij werd in de volksmond “de meelmuizer” genoemd.
Zijn vrouw Lijntje Wouterse Poorter zet het bedrijf na het overlijden van haar man in1781 voort tot aan de verkoop
van de molen en molenhuis aan Jan Ruijmschoot op 1 januari 1724, echter met uitzondering van het windrecht,
dat namelijk aan de heer van Zuilichem toekomt.

Het windrecht werd gepacht van de heer van Zuilichem voor 20 gulden per jaar. In 1724 werd het pachtcontract vernieuwd voor 25 jaar,
verder werd daarin bepaald dat het maalloon (schepgeld), wat de molenaar kon heffen niet meer kon bedragen dan
1/16 deel van het aangevoerde koren. Boze tongen verklaarden wel dat de molenaars bij het schepgeld ook wel de mouw
van hun plunje mee lieten scheppen zodat er wat extra betaald werd. Voor het meel dat werd gebruikt op het
kasteel en de bijbehorende boerderij moest voorrang worden gegeven op het andere maalwerk en er
mocht geen maalloon worden geheven.

Ruijmschoot overlijdt rond 1762 waarna het bedrijf overgaat naar de kinderen Jan jr., Peter en dochter Adriaantje.
Na het overlijden van Jan beheert Peter de molen. In 1809 echter vermaakt hij molen en molenhuis en al
zijn goederen aan zijn knecht Wouter `t Lam, die de molen in 1847 verkoopt aan A. Oosterling.
In oktober 1848 brandt de molen af, Oosterling bouwt de molen op de oude fundamenten weer op.
Deze molen gaat in 1851 in eigendom over aan Willem Leonard van Buyten.
Bijzonder is dat de molen voor bewoning geschikt was. De molen werd daadwerkelijk door de molenaar
eigenaar van Buyten bewoond met tot gevolg dat het oorspronkelijke molenaarshuis (ondanks verhuring) danig in verval raakte.
Dit blijkt uit een proces verbaal.

Procesverbaal 107
17 september 1851

In het begin van dit jaar is uit de gemeente Klundert alhier komen wonen Willem Leonard van Buyten, koornmolenaar,
welke den molen alhier heeft gekocht. Deze molen is thevens tot woonhuis ingericht en wordt door hem zelve bewoond, doch
regt tegen over den molen, aan den binnenkant des dijks staat een vervallen woonhuis tot de molen behoorende , het wel hij
heeft verhuurd aan Jacobus Arnoldus Goedknecht, broodbakker, die tegenwoordig nog daarin woont. Tusschen deze twee
personen is verschil ontstaan en nu wil W.L. van Buyten de huurder uit het huis hebben en zocht te verkrijgen door hem allerlei
moeilijkheden te berokkenen ; het huis is zeer bouwvallig is en overal doorregent nog meer onbewoonbaar te maken, en
hem langs dien weg te dwingen, dat hij hetzelve moet verlaten.

Volgende pagina